Warmtepomp met vloerverwarming of radiatoren
Een warmtepomp met vloerverwarming is de makkelijkste combinatie, maar een warmtepomp met radiatoren kan ook prima werken. Alles draait om één getal: de aanvoertemperatuur die je huis op een koude dag nodig heeft. Hoe lager die temperatuur, hoe zuiniger de warmtepomp draait. In deze gids lees je wat je huidige afgifte aankan en wat je eventueel moet aanpassen.
Bijgewerkt op 6 oktober 2026
Waarom de aanvoertemperatuur zo belangrijk is
Een warmtepomp haalt warmte uit de buitenlucht of de bodem en brengt die op een hoger temperatuurniveau. Hoe groter het verschil tussen bron en afgifte, hoe harder de compressor moet werken en hoe meer stroom je per kWh warmte verbruikt. Een cv-ketel stookt vaak op 60 tot 80 °C; Milieu Centraal noemt voor een warmtepomp een verwarmingstemperatuur van maximaal 45 tot 55 °C.
Niet voor niets wordt het energielabel van warmtepompen bepaald bij 35 °C en bij 55 °C. Bij 35 °C haalt vrijwel elke warmtepomp zijn beste rendement. De vraag is dus niet alleen óf je afgifte werkt, maar op welke temperatuur.
| Afgiftesysteem | Gangbare aanvoertemperatuur (indicatief) | Geschikt voor een warmtepomp |
|---|---|---|
| Vloerverwarming | 30-35 °C | Zeer goed |
| Wandverwarming | 30-35 °C | Zeer goed |
| LT-radiatoren of convectoren met ventilator | 35-45 °C | Goed |
| Ruime radiatoren (type 22 of 33) | 45-55 °C | Vaak goed, test eerst |
| Kleine of oude radiatoren | 55-70 °C | Alleen met hoge temperatuur warmtepomp of hybride |
Warmtepomp voor vloerverwarming: de ideale combinatie
Vloerverwarming heeft een groot verwarmd oppervlak, waardoor een lage watertemperatuur genoeg is om een ruimte warm te krijgen. Dat maakt vloerverwarming met een warmtepomp de zuinigste en meest comfortabele combinatie.
Heb je al vloerverwarming, dan kun je die meestal gewoon aansluiten. Let wel op de vloerbedekking: dik tapijt of een dikke houten vloer isoleert en vraagt een hogere aanvoertemperatuur. Ook de legafstand van de leidingen speelt mee. Nieuwe verdelers, pompgroepen en leidingen vind je bij vloerverwarming en afgifte.
Warmtepomp met radiatoren: wanneer werkt het?
Of een warmtepomp met radiatoren goed werkt, hangt af van het formaat van je radiatoren en de isolatie van je huis. Milieu Centraal adviseert een eenvoudige test: zet je cv-ketel in een koude periode op 50 tot 55 °C en kijk of alle kamers warm genoeg blijven. Lukt dat, dan is je afgifte waarschijnlijk geschikt.
Blijven één of twee kamers achter, dan hoef je niet alles te vervangen. Pak gericht de knelpunten aan:
- Vervang een kleine radiator door een groter type met twee of drie platen en lamellen (type 22 of 33).
- Plaats een LT-radiator of convector met ingebouwde ventilator; die geeft bij lage watertemperatuur veel meer warmte af.
- Monteer radiatorventilatoren onder een bestaande radiator; een goedkope en snelle verbetering.
- Verbeter de isolatie van juist die ruimte, bijvoorbeeld met beter glas of dakisolatie.
Hoge temperatuur warmtepomp: R290 tot 70-75 °C
Propaan (R290) is een koudemiddel waarmee warmtepompen hogere watertemperaturen kunnen maken dan veel oudere koudemiddelen. Vaillant geeft voor de aroTHERM plus een aanvoertemperatuur tot 75 °C op. NIBE noemt voor de S2125 70 °C bij een buitentemperatuur van -7 °C en 75 °C bij 15 °C of warmer. Daarmee kun je in veel gevallen ook bestaande radiatoren verwarmen.
Een hoge temperatuur warmtepomp is wel geen vrijbrief. Op 70 °C werkt ook een R290-toestel duidelijk minder zuinig dan op 35 °C. Gebruik die hoge temperatuur als reserve voor tapwater en de koudste dagen, en werk ondertussen toe naar een lagere stooklijn. Bij Kolvran is de Vaillant aroTHERM plus 55 er vanaf € 5.644 en de NIBE S2125-12 vanaf € 12.102. Meer over het koudemiddel lees je in de gids over de R290-propaan-warmtepomp.
Stooklijn warmtepomp instellen
De stooklijn (weersafhankelijke regeling) bepaalt welke aanvoertemperatuur de warmtepomp maakt bij welke buitentemperatuur: hoe kouder het buiten is, hoe warmer het water. Een te hoge stooklijn kost rendement, een te lage geeft koude kamers. Kijk voor de schaal in de handleiding van jouw toestel.
Zo vind je stap voor stap de juiste instelling:
- Begin met een relatief lage stooklijn, bij vloerverwarming lager dan bij radiatoren.
- Zet de radiatorkranen en vloergroepen zoveel mogelijk open, zodat het water vrij kan stromen.
- Pas de lijn in kleine stappen aan en wacht na elke stap een paar dagen; vloerverwarming reageert traag.
- Is het alleen bij vorst te koud, verhoog dan het koude eind van de lijn; is het in het voorjaar te warm, verlaag het warme eind.
Vloerverwarming beneden, radiatoren boven
Veel huizen hebben een mix: vloerverwarming op de begane grond en radiatoren op de verdieping. De warmtepomp maakt dan één aanvoertemperatuur, die hoog genoeg moet zijn voor de radiatoren. Een alternatief is een mengkring, die het water naar de vloer verder terugmengt.
Vervang je toch radiatoren, kies dan maten die bij dezelfde lage temperatuur werken als de vloer. Een slimme kamerthermostaat of zoneregeling uit regelingen en thermostaten helpt om alles in balans te houden. Welk vermogen en welke afgifte bij jouw huis passen, berekent de warmtepomp-configurator op basis van je m², isolatie en afgifte.







